MKB vs Multinationals

HET MKB HEEFT MOEITE OM TOPTALENT TE STRIKKEN. JONGE CARRIÈREMAKERS KIEZEN VAAK BLIND VOOR MULTINATIONALS VANWEGE DE STATUS, HET GELD EN DE INGESCHATTE DOORGROEIMOGELIJKHEDEN. MAAR PAS OP, CALIMERO PIKT HET NIET LANGER

Jongensdromen over grootse en meeslepende voetbalcarrières worden bij voorkeur gedroomd in het shirt van Ajax, AC Milan of Barcelona. En die enkeling die vroeger toch droomde van een vaste plek in de spits van de plaatselijke FC, hield dat op het schoolplein waarschijnlijk maar wijselijk voor zich. Dromen doe je nou eenmaal groot. En dat geldt niet alleen voor kinderen. Vraag een net afgestudeerde met een degelijke opleiding en gezonde ambitie waar hij graag zou willen werken en de kans is bijzonder groot dat bedrijven als Shell, Philips en Unilever de revue zullen passeren. Getuige ook de jaarlijkse keur aan onderzoeken naar favoriete werkgevers.

'Maar uit die lijstjes mag je niet concluderen dat niemand in het midden- en kleinbedrijf (MKB) wil werken', waarschuwt Geert-Jan Waasdorp. Hij is directeur van arbeidsmarktadvies- en onderzoeksbureau Intelligence Group, dat jaarlijks onderzoek verricht naar het imago van werkgevers. 'Het is logisch dat meer mensen de grote clubs noemen, omdat dat ook de bedrijven zijn die ze kennen. Iets wat je niet kent, kan je ook niet noemen.' Toch weet ook Waasdorp dat juist toptalenten vaak een grote voorkeur hebben voor multinationals met klinkende namen. 'Mensen die graag carrière willen maken, kiezen niet voor een baan, maar voor een bedrijf. En dan bij voorkeur een uit zo'n lijstje met favoriete werkgevers.' Loopbaanadviseur Erik Deen bevestigt dat beeld: 'Deze groep mensen kiest voor AEX-bedrijven in de hoop dat ze daar na verloop van tijd boven komen drijven. Als dat lukt, heeft dat nou eenmaal wat meer cachet dan wanneer het je lukt bij de slager op de hoek.'

Hoe terecht die voorkeur is, valt nog te bezien. Waasdorp: 'Mensen gaan vaak voor de naam en voor het salaris, maar ik denk dat je, als je carrière wilt maken, beter eerst bijvoorbeeld twee jaar als intercedent kan werken dan dat je in het kader van een traineeship bijvoorbeeld hypotheken gaat verkopen voor een bank. Als intercedent leer je hoe de markt in elkaar zit, leer je mensen kennen en met bedrijven omgaan. Een fantastische ervaring, maar wel een met minder status dan een traineeship bij een multinational.'

Het MKB moet het in de praktijk dus stellen zonder de Ronaldinho's en Cruijffs van deze wereld, weet ook secretaris Hoger Onderwijs van MKB-Nederland Gertrud Visser. 'Onbekend maakt onbemind', weet ze. Dat mag misschien zo zijn, maar het klinkt ook een beetje als het 'zij-zijn-groot-en-ik-ben-klein' waar kuiken Calimero ons een jeugd lang mee lastigviel. Het midden- en kleinbedrijf kan zelf toch ook iets doen om daarin verandering te brengen? 'Absoluut', reageert Visser. 'De brancheverenigingen hebben allemaal wel iemand rondlopen die zich bezighoudt met onderwijsbeleid, maar er moet meer worden gedaan.' MKB'ers zouden meer contact moeten onderhouden met universiteiten en hogescholen, vindt Visser. 'Met stages kan je studenten bijvoorbeeld bewust maken van de kansen die er liggen. Dat gebeurt nu nog veel te weinig. Een rol voor het overkoepelende orgaan MKB-Nederland ziet Visser niet direct. 'Ik denk dat er vooral een mentaliteitsverandering nodig is bij universiteiten en hogescholen, maar zeker ook bij het MKB zelf.'

Rein Breeman, directeur van metaaloppervlaktebehandelings- en industrieel reinigingsbedrijf Vecom, dat met 220 werknemers een middenbedrijf genoemd mag worden, denkt dat Visser gelijk heeft. Maar hij weet ook dat studenten tegenwoordig nauwelijks nog stages lopen. 'Studenten moeten in steeds kortere tijd hun studies afronden en voor stages krijgen ze vaak helemaal geen punten. En als ze er geen punten voor krijgen, dan doen ze het ook niet.' Maar Breeman is er niet het type naar om te kiezen voor de slachtofferrol van het tekenfilmkuiken. Nadat hij merkte dat maar weinig hoogopgeleide talenten de weg naar zijn bedrijf wisten te vinden, startte hij twee jaar geleden met een traject voor trainees. Een slimme zet, want de gemiddelde hipo loopt net zo warm voor een traineeship als de gemiddelde talentvolle jeugdvoetballer voor een training met de A-selectie van zijn club. Maar omdat mensen niet automatisch bij een midden- of kleinbedrijf terechtkomen, moest Breeman wel wat extra reclame maken voor zijn traineeship. 'Ik heb mensen in mijn sociale omgeving op de mogelijkheid gewezen, maar ben ook bij de Erasmus Universiteit langs geweest. Ik probeer daar sowieso wat meer aandacht te krijgen voor het MKB.'

Breemans inzet wierp vruchten af; van de vier trainees die bij Vecom begonnen, zijn er inmiddels drie in vaste dienst. 'In maximaal twee jaar en in blokken van drie maanden gaan ze door het hele bedrijf heen. Als iemand in dat traject op een stoel komt te zitten die hem past, kan hij blijven.'

Frank Hoek (28) is een van de eerste Vecom-trainees die nu vast in dienst is. Na zijn studie bedrijfskunde in Groningen werd hij in eerste instantie managementtrainee bij IT-consultant PinkRoccade. Na driekwart jaar detachering op het hoofdkantoor van ABN Amro had hij het wel gezien. 'Het was vrij bureaucratisch en ik kreeg nauwelijks verantwoordelijkheid. Veel minder in ieder geval dan ik verwacht had. Hoewel ik al mijn zwemdiploma's al had, mocht ik alleen maar in het kikkerbadje ronddobberen.'

Hoek ging verder kijken en kwam uit bij Vecom, dat onder andere actief is in de havenwereld. Dat hij die interessant vond, wist hij al dankzij zijn afstudeerstage bij overslaggigant Vopak in Singapore. Toen hij via een vriend in contact werd gebracht met Rein Breeman, was hij dan ook meteen geïnteresseerd. Breeman wist Hoek 'superenthousiast' te maken en na nog geen zes maanden traineeship kon hij beginnen als productmanager transport en scheepvaart en hoofd van de binnendienst. Tot zijn grote tevredenheid, zo concludeert Hoek een paar maanden nadien. 'Hier werd ik meteen in het diepe geduwd. "Succes ermee!", dat idee. Het werk is veel praktischer en concreter en ik heb veel meer verantwoordelijkheden.' En hoe zit het met de opleidingsmogelijkheden? 'Hier leer je alles in de praktijk. Heel leuk dat ik bij PinkRoccade heel veel van de theorie meekreeg, maar ik kan nergens zo snel zo veel leren als ik hier op dit moment doe.'

Loopbaanbegeleider Erik Deen komt in de dagelijkse praktijk behoorlijk wat mensen tegen die, net als Hoek, de overstap naar een kleinere organisatie willen maken nadat ze zijn 'vastgelopen' bij een multinational. 'De verwachtingen van mensen die bij een multinational beginnen, zijn vaak hooggespannen. Maar slechts heel weinig mensen stoten door naar de top, de rest blijft hangen als radertje in het geheel, zonder al te veel verantwoordelijkheid en zonder al te veel doorgroeimogelijkheden.' Hij deelt echter niet de mening van Waasdorp dat je daarom beter kan beginnen bij een MKB'er. Deen: 'Uit carrièretechnisch perspectief en in zijn algemeenheid gesteld, kan je volgens mij juist het beste starten bij een multinational, om dan na een aantal jaar alsnog die overstap naar het MKB te maken. Dan heb je veel kennis opgedaan, weet je hoe het werken is in grote systemen en kan je kiezen voor de afwisseling en grotere verantwoordelijkheid van het MKB.' Over de doorgroeimogelijkheden in het MKB zegt Gertrud Visser tenslotte: 'Het hangt er natuurlijk ook vanaf hoe jij doorgroeien definieert. Vroeger was dat vooral veel stappen maken binnen één organisatie. Nu zien steeds meer mensen switchen van de ene naar de andere organisatie ook als groei en ontwikkeling. Dat laatste is in het MKB natuurlijk heel goed mogelijk.'

Hoewel ze de keuze heel wat minder bewust maakte dan bijvoorbeeld Frank Hoek, telt ook Pauline Schröder (28) inmiddels haar zegeningen bij het acht koppen tellende mediaconcept- en productiebureau MOSES. Al tijdens haar studie film- en televisiewetenschappen begon Schröder als student brand manager bij RedBull. 'Een populair bedrijf, waar ik zo aan de slag kon. Dat was natuurlijk perfect.'

Na een paar jaar merkte Schröder dat de echt leuke banen bij RedBull voor haar niet voor het oprapen lagen. 'De marketingmanagers, de brandmanagers, dat waren allemaal vakmensen met jarenlange ervaring. Dat ik daar niet zomaar tussen zou komen, was me snel duidelijk.' Schröder had de mazzel dat de creatief directeur van MOSES in haar creatieve talent geloofde en haar als copywriter voor zijn bureau vroeg. 'Als er nu een pitch is, zit ik bij de klant aan tafel, bij de beslisser. Of een opdracht wel of niet wordt binnengehaald is mede afhankelijk van mijn inzet. Er is hier veel minder hiërarchie, waardoor je hoger instapt dan bij een groot bedrijf.' En ook over de doorgroeimogelijkheden heeft Schröder niet te klagen. 'Vrienden van mij komen bij grote bedrijven op juniorfuncties binnen. Hun doorgroeimogelijkheden worden dan vastgelegd in een stappenplan. Bij mij gelukkig niet. Als hier iets voorbijkomt wat ik nog nooit heb gedaan, zeggen ze: "doe jij het maar gewoon". Als je zo in het diepe wordt gegooid, leer je vanzelf wel zwemmen.'

 

w.keuning@carp.nl

 

 

 

Bron: Carp, maart 2006